“Zijn we nu in Turkije of in Nederland?” Hij heeft zijn ogen dicht en wacht geconcentreerd het antwoord af. De vraag is zo relevant als wat; mijn psychische rust voor de komende jaren hangt er vanaf. “In Nederland,” antwoord ik. Hij opent zijn ogen. “En je wilt wit? Weet je dat zeker?”

Je kunt je natuurlijk druk maken over hoe Rutte zijn tweede kabinet gaat samenstellen. En of Samsom mag meedoen. Als je bedenkt hoe Rutte twee jaar geleden zijn keuze voor de PVV verdedigde met ‘ze hebben 24 zetels, de kiezer heeft gesproken en uit respect voor hun keuze is het vanzelfsprekend om met de PVV te gaan praten’ zou je bijna denken dat Samsoms kostje gekocht is. Natuurlijk gaat Rutte met Samsom praten. 39 Zetels. Het is te vroeg om kiezersbeloftes te breken. Hoewel, waarom ook niet? Ook Ruttes kostje is gekocht. 41 Zetels. Nooit eerder was de VVD zo groot. Even dacht ik nog dat Ruttes opa het podium opkwam om hem te zoenen maar het bleek de nestor van de VVD: Bolkestein. De man die de voorkeur gaf aan Rita Verdonk boven Mark Rutte als partijleider. Heerlijk de politiek. Zo simpel als wat: als je wint, heb je vrienden. Vrienden voor het leven. Nou ja, tot aan de volgende verkiezingen. Politici zijn mensen met split personalities. Toffe lieden die elkaar de ene dag een mes in de rug steken en de dag erop gezellig samen het land besturen.

“Nee, eigenlijk wil ik zwart. Ik heb nu bruin maar dat was fout. De theorie achter die keuze was aardig, maar in de praktijk viel het tegen. Ben nu al twee jaar bezig met experimenteren en het kost me alleen maar geld. En gemoedsrust. Ik moet terug naar de basis: rood en oranje. Mijn hele leven is rood en oranje, in Turkije én Nederland. Er moet iets stabiliserend bij en dat is dus geen bruin... Echt ik weet niet hoe ik bij dat bruin kwam. Ik wilde het proberen.”

Er moet een compromis komen. Rood en oranje zijn de allermooiste kleuren. Ze heersen. Ze zijn niet bang om zichzelf te tonen. Maar rood en oranje kunnen snel overheersen. Zich overschreeuwen. Er moet iets stabiliserend bij. Wit. Of zwart. We zijn in Nederland.

“Zwart is donker,” zegt hij.
“Ik hou van zwart,” zeg ik terwijl ik op wit wijs.
“Dat is wit,” zegt hij.
“Mooi he?” zeg ik.

Er moet een compromis gesloten worden. Ik háát compromissen. Mijn hand grijpt naar zwart. Met een oranje streepje. Mijn lievelingskleur. En er zit ook rood bij.

“Ebru, die kost 349 euro de vierkante meter,” zegt hij.
Het betere compromis mag wat kosten. Om de bank de bekleden heb ik een meter of tien nodig. Bovendien betaalt Rutte 1000 euro mee.