U leest nu de krant en u beseft zich wellicht niet hoe bijzonder dat eigenlijk is. Want in Nederland wonen 1,5 miljoen mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Die ongeletterdheid kost de samenleving honderden miljoenen euro’s per jaar. En dat in een land dat in de top tien van wereldeconomieën wil komen.
Maar het is vooral een persoonlijk drama als je niet kunt lezen en schrijven. Als je met etiketten, rekeningen, formulieren, instructies, gebruiksaanwijzingen en brieven van de overheid (ik geef toe, die zijn soms onleesbaar) geholpen moet worden. En wat mij minstens zo verdrietig lijkt: je kunt je kinderen niet voorlezen of helpen met hun huiswerk.
Als een kind nooit wordt voorgelezen, is de kans op taalachterstand veel groter. In Rotterdam zijn helaas veel kinderen die met een taalachterstand op de basisschool komen. Die achterstand halen ze vaak niet meer in. Zij worden hierdoor belemmerd in het ontwikkelen van hun talent. Zonde en onnodig.
Daarom doe ik elk jaar mee met de Nationale Voorleesdagen, die vandaag van start gaan. Deze ochtend ga ik voorlezen op twee scholen in onze stad. En vanavond natuurlijk weer thuis, voor mijn jongste dochter. Zelf wilde ik vroeger niets liever dan een boek vasthouden. Als kind van een moeder die analfabeet was, weet ik dat dit niet vanzelfsprekend is.
Op basisscholen door het hele land gaan vandaag Bekende Nederlanders voorlezen in de klas. Dat is natuurlijk vooral feest. Niets is leuker dan een klas vol gezichtjes die vol verwachting kijken naar wat er komen gaat. Maar het mag niet bij deze ene dag blijven. Voorlezen hoort erbij, net zoals gezond eten, naar school gaan en buiten spelen. Elke dag minstens een half uur, stel ik voor. Want voorlezen is een kleine investering in de toekomst van een nieuwe generatie. Een investering die zichzelf terugbetaalt. In geluk en geld.


















