Wat heb ik afgelopen weekend genoten van het filmpje van de NOS over de bizarre week van Alexander Büttner. De beelden van Omroep Gelderland met kleine Alex op de achterbank van de auto als hij naar de training van Ajax gaat, zijn ontroerend. Met zijn korte blonde stekelhaar, zijn spleetje tussen de tanden, autogordel om en met zijn meest serieuze blik zegt het talentje dat hij goed zijn best gaat doen. “Want dan krijg ik een heel mooi leven. Dan kan ik met al die jongens omgaan in het eerste van Ajax, heb ik geld zat en kan ik doen en laten wat ik wil.”
Het eerste van Ajax heeft hij (nog) niet gehaald, want op zestienjarige leeftijd maakt Alex de overstap naar Vitesse. En nu is er dan die verrassende transfer naar Manchester United. Daar zat hij dan tijdens zijn presentatie, een volksjongen uit de Doetinchemse Kleintjeswijk pal naast een échte Sir. Toen hij nog even snel naar huis ging, kreeg Alex een ontvangst van een Olympisch kampioen. Maar liefst 1500 buurtgenoten wilden hun held feliciteren. Hún Alex, leefde hún droom. Armen, vastgezeten aan ontblote getatoeëerde bovenlijven, tilden hem op. Fakkels verlichtten de nacht en de oude buurvrouw bij wie de bal van kleine Alex zo vaak in de tuin terechtkwam opende trots een blikje bier. Zij weten het zeker, hún Alex gaat het redden bij United.
Buiten Kleintjeswijk is het vertrouwen in Büttner heel wat minder groot. Vergelijkingen als een kind dat verdwaald is in een snoepwinkel zijn de revue gepasseerd. Alex deed zelf dan ook weinig moeite om ook zijn eigen ongeloof te verbergen. Toen zijn zaakwaarnemer Bursac hem vertelde over de interesse van The Red Devils, geloofde hij hem dan ook niet. Pas toen Alex de mails las, wist hij dat het geen grap was. Bij aankomst in Manchester voor de medische keuring en presentatie, twitterde hij een foto de wereld in. Het shirtje van United had hij aan, het bericht luidde ‘knijp me’.
De transfer van Büttner doet mij denken aan die van Ruud Hesp naar Barcelona. Hesp was een prima keeper bij Haarlem, Fortuna Sittard en Roda JC toen hij in 1997 ‘out of the blue’ naar Barcelona verkaste. Louis van Gaal was toen trainer en had niet veel vertrouwen in keeper Vítor Baía (toen gezien als één van de beste keepers ter wereld, red.). Hesp was zelf ook verbouwereerd, helemaal toen hij Baía uit de basis verdreef. Hesp vergat nooit waar hij vandaan kwam en nam alle tijd voor de fans. In niks was hij een primadonna. Sterker nog, na drie jaar keerde hij ‘gewoon’ terug bij Fortuna Sittard.
In het boek ‘Het Barcelona-gevoel’ beschrijft journalist Edwin Winkels mooi hoe Hesp de harten van veel Catalanen heeft veroverd. Zo ook van Amalia, een bloemenverkoopster en eigenaresse van Flores de Hesp. Waarom haar zaak naar Hesp was vernoemd? Omdat Barcelona ooit een Nederlandse keeper die Hesp heette, en dat leek haar zo’n aardige jongen. Winkels daarover: “Wat een onverwacht eerbetoon voor iemand uit Abcoude die, inderdaad, altijd voor iedereen open stond en ook nog eens drie jaar lang het doel van Barça uitstekend verdedigde. Naar Bogarde, Cocu, Overmars en De Boertjes hebben ze hier nog geen winkel of bar vernoemd.”
Het zou mooi zijn als er over een paar jaar in Manchester een bloemenzaak, of nog mooier, een ‘Fish and Chips’ naar Büttner wordt genoemd.











