Zaterdagnacht, studentenkroeg, kwart over drie, de damestoiletten.
Het vierde hokje zit al heel lang dicht …

“Wat is het toch fijn aan gedachten dat ze niet hardop zijn. Want ik kan zo lekker nadenken als ik dronken ben. Zo lekker dat ik er gewoon eventjes de tijd voor neem want het voelt heel goed om mijn hoofd te laten rusten tegen de koele WC-deur… Wat kwam ik ook alweer doen? Oja, plassen! Ik moest heel nodig totdat ik op de WC-deksel ging zitten en erachter kwam dat ik best tevreden was zo. Zo’n bollend oppervlak is handig om op te zitten. Veel fijner dan het kuiltje wat in de meeste stoelen zit waar je billen net niet helemaal oppassen… Dat moet ik onthouden voor als ik ooit een ontwerper word. Net had ik ook al iets bedacht voor als ik ooit een uitvinder werd… oja, voorverwarmde WC-brillen. Maar die bestaan vast al. Misschien moet ik een lijstje maken van dingen die ik moet onthouden voor als ik later groot ben en iets ga worden… ook dat moet ik weer onthouden, trouwens. Volgende keer dat ik dronken ben moet ik echt pen en papier meenemen naar de wc. O! Daarom schrijven mensen op WC-muren! Natuurlijk!

Wat staat hier eigenlijk allemaal? Een heleboel data en namen vooral… eigenlijk best logisch dat mensen willen bewijzen dat ze hier binnen zijn geweest, want de rij is superlang… damestoiletten zijn de meest exclusieve clubs in de stad. Als ik een stift had gehad zou ik mijn naam ook hebben opgeschreven en er een Instagramfoto van hebben gemaakt. Met Hudson denk ik. Of ik zou iets grappigs opschrijven… er staan te weinig grappige dingen op deze muur. Niks eigenlijk. Er staat wel iets raars om de rechtermuur: Dit is WC-ping pong. Kijk naar links. Dus ik kijk naar links, een beetje bang dat ik opeens een ping-pong bal in mijn gezicht krijg. Maar op de linkermuur staat: Dit is WC Ping Pong. Kijk naar rechts.” Hilarisch! Wow, wat lach ik eigenlijk stom. Nog nooit op gelet. Ik lijkt wel een hyena… En er staat een hele rij meisjes voor de deur. Ik schaam me dood.

Vroeg of laat moet ik toch weer naar buiten. Eigenlijk wil ik dat helemaal niet. Hoe langer ik hier zit, hoe meer mijn hoofd draait en hoe zachter de wc-deur tegen mijn voorhoofd voelt. Wat zou het lekker zijn om in slaap te vallen… AU! Wie bonst er op mijn hoofd? Onee, er wordt gebonsd op de deur. Nu moet ik echt naar buiten. Welke kant ging het slot nou op? Links. Nee de andere links. Ja. Wat een fel licht opeens. En iedereen kijkt me zo raar aan… ik wil naar huis. Gelukkig heb ik m’n jas nog aan, dat scheelt. Oh, maar shit… nu ben ik vergeten te plassen.”