“Waarom de stad bekend staat om zijn extravagance wordt in de hippere nachtclubs wel duidelijk. Continu hoor je er roepen: “n’importe quoi!” (Het doet er niet toe wat!) Het geeft de Parisiens een ‘open minded’ uitstraling, maar soms waan je je in een psychia­trisch bolwerk. Het ‘n’importe quoi’-leven is doen waar je zin in hebt, leven naar je emoties en niet nadenken over de gevolgen. Denk niet dat iedereen zomaar “n’importe quoi!” kan roepen. Het vergt oefening om het cor­rect uit te drukken op het juiste moment, met de juiste houding en toonhoogte. Het is geen simpele leus, maar een levenswijze.
Verschuift hier de grens tussen ‘normaal’ en ‘gek’, waardoor vreemder gedrag gewoon geac­cepteerd wordt? Het verschil in cultuur en levenswijze geeft ook een verschillende kijk op wan­neer gedrag bestempeld wordt als ‘ziek’. Volgende week begint mijn stage in het psychiatrisch ziekenhuis: ik ben benieuwd of de psychiaters hier ander gedrag als afwijkend betitelen dan in Nederland.”

Hester loopt een jaar stage in hét psychiatrisch ziekenhuis van Parijs en probeert, als ze toch in de modestad is, een carrière als modeontwerpster op de rails te krijgen. Ze bericht om de week in Metro.