Duurzame Jonge 100: Jongeren met zin in de toekomst

14 november 2014 om 06:17 door Rens Oving

De Duurzame Jonge 100 die vandaag voor de tweede keer bekend wordt gemaakt is een lijst van jonge, bevlogen mensen die echt iets doen voor een betere wereld. Zonder de gevestigde namen uit het duurzaamheidswereldje, maar wel met twintigers en dertigers die tegen de klippen op de handen uit de mouwen steken. Iedereen onder de 32 die zijn handen uit de mouwen steekt kon worden genomineerd.

Het is een lijst zonder nummer 1 zegt mede-oprichter Anne Walraven. „We willen honderd jonge mensen die zich op hun eigen manier inzetten voor een duurzame wereld in de ’spotlights’ zetten. Als je al die mensen onder elkaar zet die niet bang zijn om de grote problemen in de wereld te lijf te gaan, dan wordt je wel even stil. Het is een lijst waarvan je zin krijgt in de toekomst.”

Metro publiceert dit jaar voor het eerst de hele lijst en sprak drie van de jonge mensen die dit jaar, op hun eigen manier, de top 100 wisten te halen.

Pauline van Dongen (28)

„Veel mensen vinden het een soort Star Wars als ik vertel waar ik mee bezig ben, maar het kan gewoon echt.” De manier waarop ontwerper Pauline van Dongen (28) mode en elektronische snufjes met elkaar verbindt, is op zijn minst opmerkelijk te noemen. Zij maakt jurken vol zonnepanelen, kledingstukken met lichtelementen en schoenen met 3D-printers. In 2010 studeerde ze af aan ArtEZ, hogeschool voor de kunsten in Arnhem met een jurk die een mobiele telefoon kan opladen: ‘draagbare technologie’.

Van Dongen experimenteert in haar ontwerpen met materialen en technieken, maar het experiment is niet haar enige doel. „Ik geloof dat door de integratie van technologie in kleding, deze waardevoller wordt voor de drager. De band die veel mensen met hun mobieltje hebben, is waar ik met mijn ontwerpen ook op hoop, dat het iets wordt dat je het liefst altijd bij je draagt. Mijn kledingstukken zijn dan ook niet bedoeld voor één seizoen. Je kunt toch niet om de paar maanden je hele kledingkast vernieuwen? Ik wil dat mensen van mijn kleding gaan houden en het net zo lang dragen tot het uit elkaar valt.”

De elektronische snufjes in haar ontwerpen kunnen de band versterken, denkt ze, maar het moet natuurlijk wel lekker zitten. „Ik wil niet alleen voor de catwalk ontwerpen, het moet altijd draagbaar blijven. Ik ben nu bezig met onderzoeken hoe we zonnecollectoren in garen zelf kunt verwerken. Dan zou je bijvoorbeeld een T-shirt kunnen maken dat stroom opwekt. Daar droom ik van.”

Vincent Kneefel (30)

Al meer dan tien jaar jaagt Vincent Kneefel (30) met zijn onderwatercamera op zeedieren. „Niet eens omdat ik zo graag fotograaf wilde worden. Maar toen ik onder water zag hoe we met onze oceanen omgaan, moest ik wel een camera oppakken om dat aan de rest van de wereld te laten zien.”

Na de middelbare school reisde Kneefel de wereld rond en verdiende hij onderweg geld als duikinstructeur. Wat hij onder de waterspiegel zag, veranderde zijn leven. „Niet alleen de onwaarschijnlijk mooie, maar ook de lelijke dingen. Door vervuiling, overbevissing en de gevolgen van klimaatverandering zijn we hard op weg de oceaan de nek om te draaien.”

In mei zal zijn eerste fotoboek uitkomen, met walvishaaien, zeeschildpadden, zeekoeien, „allemaal dieren die ernstig bedreigd worden.” Het geld voor het project schraapte hij bij elkaar via beurzen, zijn oud-werkgever Accenture en Kickstarter.

Inmiddels heeft Kneefel zijn duikuitrusting het grootste deel van zijn tijd ingeruild voor een net pak en de oceaan voor New York. Bij de Verenigde Naties probeert hij grote bedrijven te verbinden aan nieuwe klimaatdoelen die uiteindelijk de wereld moeten gaan redden. „We zijn pas een kleine vijftig jaar in staat om het leven in de oceaan echt in kaart te brengen. Als we zo doorgaan, verdwijnt het sneller dan we het kunnen ontdekken. Dat wil ik niet laten gebeuren. Als we nu niet iets veranderen, zijn de zeeën binnen een paar jaar gestorven.”

Selma Seddik (26)

Ze was altijd al met eten bezig, „ik hield al heel erg van koken”, maar de echte zorgen om het verspillen van voedsel kwamen bij Selma Seddik (26) tijdens een traineeship bij Ahold. „Als trainee werk je ook een tijd in een winkel. Toen ik zag dat daar bruikbaar eten wordt weggegooid, zoals brood van een dag oud of fruit en groenten met een schoonheidsfoutje, wilde ik dat meteen veranderen.”

Seddik kwam met drie andere trainees op het idee om overgebleven voedsel uit supermarkten en distributiecentra te scheiden en er vervolgens mee te gaan koken. Pop-up restaurant Instock, in Amsterdam, was het logische vervolg.

De keuken is vier dagen in bedrijf. ’s Ochtends worden eerst de producten opgehaald bij de verschillende supermarkten. „Soms is er wel wat te weinig groenten, maar dan verzinnen we iets met meer aardappelen of bloem, dat is er altijd genoeg.” Wat in het restaurant overblijft, gaat naar de kinderboerderij om de hoek.

Ahold hielp de vier in eerste instantie nog op weg met het budget. „Maar inmiddels kunnen we op eigen benen staan. We kunnen twintig man personeel betalen uit de eigen omzet. In Amsterdam zijn we nu druk op zoek naar een permanente locatie zodat we ook na april, als we hier weg moeten, door kunnen gaan. ​ Het zou natuurlijk geweldig zijn als er in iedere stad Instock restaurants komen.”

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!