Het Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), belangenbehartiger van touringcarbedrijven, zegt dat de branche niet alleen voor de kosten voor het toezicht op Amsterdamse halteplaatsen wil opdraaien. Het stadsbestuur presenteerde gisteren een nieuw touringcarbeleid waarbij toezicht en handhaving een einde moet maken aan de chaos op grote halteplaatsen zoals het Damrak. De gemeente betaalt de handhaving, maar de toezichthouders moeten uit de portemonnee van de touringcarsector komen. “Maar wie gaat dat betalen?”, zegt Arnold Niekamp, secretaris KNV Busvervoer. “Wij krijgen kritische reacties vanuit onze achterban. De touringcarbedrijven willen wel voor zichzelf betalen, maar niet voor collega’s uit Limburg.”

Het KNV gaat binnenkort om tafel met vertegenwoordigers uit de sector om tot een definitief standpunt over het nieuwe touringcarbeleid te komen dat vanaf vandaag ter inspraak ligt. De sector wil wel met euro’s over de brug komen, maar alleen als stadsdeel Centrum - waar de touringcarhaltes zich concentreren  - bijdraagt. Dit deed het wel aan een pilot met stewards op het Damrak deze zomer. Op de grotere halteplaatsen parkeren bussen geregeld dubbel en langer dan toegestaan. De excursiebedrijven, rederijen en het KNV droegen hier wel financieel aan bij. Ze waren enthousiast over de verbeterde doorstroom. “We deden mee om te kijken of het zou werken”, gaat Niekamp verder. “Wij als KNV kunnen het echter niet betalen. Niet iedereen uit onze achterban heeft er baat bij.”

Volgens een woordvoerder van wethouder Eric Wiebes (vervoer) gaat het bij de inzet van toezichthouders “niet om gigantische bedragen”. Er is uitgerekend dat het 65.000 euro per jaar kost, wat volgens de gemeente neerkomt op 15 eurocent per buspassagier. “De inzet is alleen nodig op dagen van topdrukte en in het hoogseizoen”, zegt de woordvoerder. “Het is nu aan de branche om zich zo te organiseren dat het goed te regelen is. Wij verwachten dat de touringcarbedrijven er wel toe bereid zijn. Wij horen positieve geluiden.”