Solidariteit. Vóór ik het woord ooit hoorde, wist ik al wat het betekende. Ik leerde het van mijn ouders. Overal in de wereld geven ouders hun kinderen dat sociale, dat solidaire, dat saamhorige gevoel mee: we zijn onderling afhankelijk en hebben elkaar nodig. Een samenleving zonder solidariteit is een samenleving zonder samenhang, een samenleving zonder cement: gedoemd om zielloos uit elkaar te vallen.

Ik geloof niet dat dit gauw gebeurt. Ook nu zie ik ouders hun kinderen bijbrengen dat er méér is dan ikke, ikke, ikke. Je ziet het ook aan alle vrijwilligers die zich inzetten voor andere mensen. Ik hoor jongeren die zeggen: natuurlijk zorgen wij straks voor de ouderen, zij hebben toch ook voor ons gezorgd.

Waar ik het ook zeker zie, is bij het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam. Dit fonds is bestemd voor Rotterdammers met ernstige problemen. Het is een vangnet onder het vangnet. Voor mensen met acute financiële nood, als er echt geen andere oplossing meer is. Vorig jaar zijn dankzij dit fonds meer dan 600 Rotterdammers geholpen.

Bij het fonds kunnen hulpverleners, die zich inzetten voor mensen met financiële nood, terecht voor steun. Het gaat om hulpverleners in de breedste zin van het woord. Van huisartsen tot maatschappelijk werkers, van mensen van de thuiszorg tot priesters.

Hulpverleners dienen een verzoek in voor hun cliënt. Als het nodig is, wordt het onmiddelijk geregeld, zodat zij hun cliënt direct kunnen helpen. Het geld wordt beheerd door de hulpverlener. Het wordt alleen verstrekt als er een hulpplan ligt.

Vorig jaar is er bijna 600.000 euro via dit fonds naar Rotterdammers gegaan die dat echt nodig hadden. Dat geld komt niet van de gemeente, maar van mensen en ondernemingen. Het bewijst dat solidariteit in onze stad springlevend is. Als burgemeester ben ik daar dankbaar voor. En vooral heel trots dat er in onze stad nog zoveel solidariteit is.